recessief bont

Recessief bont

 

 

 

 

 

Het is allemaal begonnen met een koppel personatus waarvan de man D blauw was en de pop DD blauw. Beide hadden een iets wat afwijkende kleur hadden ten opzichte van een normale D blauwe en een DD blauwe Agapornis personatus. De D blauwe personatus vertoonde een soort zachte witte waas over een gedeelte van het vleugeldek en enkele kleine vleugeldekveertjes waren gedeeltelijk bont. De DD blauwe vertoonde dezelfde waas en had zelfs een gedeeltelijk wit veertje tussen de slagpennen zitten en een wit veertje op de flank.

Aangezien ze conditioneel in orde waren, duurde het ook niet lang of de eerste eieren waren een feit. Na een weekje kon ik eveneens vaststellen dat twee eitjes bevrucht waren. DrieŽntwintig dagen later werd het eerste jong geboren en enkele dagen later volgde het tweede jong. Na enkele dagen viel het wel op dat hun dons, vergeleken met jongen uit andere koppels van de blauwe reeks, witter was.

Toen de eerste veren zichtbaar werden, werd ook duidelijk dat een van de jongen alleen maar witte veren had.  Ook waren er enkele blauwe veertjes zichtbaar tussen de kleine vleugeldekveren. Het andere jong was een DD blauwe personatus en vertoonde dezelfde symptomen als de ouders.

Na de rui was het meer dan duidelijk dat het waarschijnlijk een recessief bonte personatus was. Ondertussen hebben de eerste recessieve bonten ook een lichtgrijs maar klein masker gekregen, wat toch een hoofdkenmerk is voor recessief bont.
Recessief bont bestaat al geruime tijd bij de Agapornis fischeri en er was een melding van recessief bont bij de Agapornis nigrigenis. Aangezien het kweekkoppel waar mijn eerste recessief bonte totaal geen hybriden kenmerken vertoonde kan ik er wel vanuit gaan dat deze mutatie spontaan is ontstaan. Ondertussen heb ik deze mutatie al meer dan tien jaar in mijn bezit en nergens anders werd er ooit melding gemaakt van een recessief bonte personatus. Dit bevestigd dus nog meer dat het niet om een transmutatie gaat maar om een spontane ontstane mutatie.

Bij recessief bont hebben we, afhankelijk per veerveld, een bijna volledige reductie van het aanwezige eumelanine. Recessief bonte vogels zijn wel nog in staat om eumelanine korrels aan te maken, maar heel beperkt aangezien deze korrels zwaar beschadigd zijn. Bij agaporniden resulteert dit in een bijna volledige gele of witte vogel. Het enige wat overblijft zijn dus enkele blauwe of, in geval van de groenreeks, groene veertjes op het vleugeldek en mogelijk enkele blauwe veertjes op de stuit. Verder is wel nog een geringe hoeveelheid eumelanine aanwezig in het masker, waardoor dit resulteert in een kleiner en bleker masker. De kleur van de poten blijft wel grijs van kleur, maar bij de recessieve bonte fischeriís is al vastgesteld dat sommigen toch opbleekten. Gezien het hier om een recessieve mutatie gaat betekent dit dat we met splitvogels te maken krijgen.

 

Dus:

Recessief bont & groen:

100% groen/recessief bont

 

Recessief bont & groen/recessief bont:

50% recessief bont

50% groen/recessief bont

 

Back